Berichtenbord

231015

28e zondag  viering rond Oosterhuis – Van duister naar licht

 

Jef Van den Branden, Jacques Perquy, Ria Vandoren

Verwelkoming

Goede morgen allemaal, lieve mensen,

Moge de genade van God, de liefde van Jezus en de kracht van de Geest met ons allen zijn.

Deze morgen zijn wij hier bijeen om de mens Huub Oosterhuis te vieren. Hij heeft aan velen van ons woorden gegeven om te spreken over én te spreken tot “Ik-zal-er-zijn”. Oosterhuis heeft “Ik-zal-er-zijn” tot in ons hart gebracht. Daarvoor onze grote dank. Met zijn woorden kunnen wij ons nu richten tot onze God, de Onnoembare en Nabije, tot “Ik-zal-er-zijn”.

Ja, wij zijn mensen, mensen voor mensen en wij maken allerlei mee. Periodes van Licht/licht en momenten van duisternis.

De nacht van duisternis kan soms lang duren. Er lijkt soms geen einde aan te komen… Tot een concreet woord of een zin uit een lied of uit een psalm alle duisternis wegveegt. Er komt stilaan plaats voor licht, ook voor het Licht, voor het allesomvattend Licht. En wij mogen leven! Er is opnieuw perspectief. 

Soms mogen we die lichtende vonk ook ontvangen van een vriend: een warm telefoontje laat op de avond, zo net voor de echte nacht begint. Een whatsappberichtje met alleen “Hij is er voor jou”.

Zo doet onze God om ons de weg te wijzen naar zijn allesdoordringend licht, naar Hem toe.

Op een kruispunt in ons leven kunnen we geconfronteerd worden met dat Licht: jij hebt mij doen ontbranden in lichterlaaie naar jou toe. En eveneens naar de mens naast mij. “Veel te laat heb ik jou lief gekregen”.

Lied 365 LICHT DAT ONS AANSTOOT

 

OPENINGSGEBED 

Onnoembare en Nabije,

Veel te laat heb ik jou liefgekregen
Schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou liefgekregen.

Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren.

Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heen gebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.

                        Naar Huub Oosterhuis (parafraserend Augustinus - Belijdenissen)

 

Lied “KEN JE MIJ” 

Ken je mij is een lied rond twijfel, vermeende zelfkennis en verlangen om me zelf in mijn diepste eigenheid te mogen, te kunnen kennen. Het is aangrijpend omdat het vraagt om bemind te worden, ook als ik geen licht geef, en om mijn kwetsbaarheid in vertrouwen aanvaard te weten. 
Wij beluisteren en bekijken het refrein zoals Trijntje Oosterhuis het zong bij het begin van Huubs uitvaart, en krijgen daarna de twee laatste strofen van het lied, zoals ze het zong in een tv opname.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niets is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

Lezing van PSALM 139 

Gij
Gij peilt mijn hart, Gij doorgrondt mij.
Gij weet mijn gaan en mijn staan.

Gij kent mijn gedachten van verre,
mijn reizen en trekken, mijn rusten.

Mijn wegen, alle zijn U bekend –
ieder woord dat komt op mijn lippen,
onuitgesproken nog, Gij hoort het al.

Achter mij zijt Gij en voor mij uit.
Gij legt uw handen op mij.
Dit is wat ik niet kan begrijpen,
niet denken, dit gaat mij te boven.

Hoe zou ik uw adem ontkomen,
waarheen vluchten voor uw aangezicht.

Beklim ik de hemel, daar zijt Gij,
daal ik af in de aarde, daar vind ik U ook.
Had ik vleugels van morgenrood,
vloog ik over de verste zeeën,
ook daar Gij, uw hand,
Uw rechterhand die mij vasthoudt.

Zou ik roepen: “Duisternis, bedek mij,
licht verander in nacht” –
voor U bestaat de duisternis niet.
Voor U is de nacht even licht als de dag,
de duisternis even stralend als het licht.

Gij, Eeuwige, peil nu mijn hart, doorgrond mij,
toets mijn verborgen gedachten.
Ik ben toch niet op een doodlopende weg?
Leid mij voort op de weg van uw dagen.

            uit Huub Oosterhuis “150 psalmen vrij”

ACCLAMATIE 136 WEK MIJN ZACHTHEID WEER

 

AANBRENGEN VAN LICHTJES — we beluisteren “HET VOLK DAT IN DUISTERNIS GAAT”

 

TAFELGEBED  LIED 155  (‘WEES HIER AANWEZIG IN UW WOORD’) en instellingswoorden 179 

 

ONZE VADER  en   VREDESWENS 

 

COMMUNIE – Canto Ostinato (Simeon Ten Holt)

VOORBEDEN

  1.  Dat wij, voortgestuwd door het Licht,
    zouden uitkijken of ergens al de wereld daagt
    waar mensen waardig leven mogen
    en elk zijn naam in vrede draagt.
  2. Dat wij in moeilijke en duistere tijden in ons leven
    niet uit elkaars genade vallen
    en doelloos en onvindbaar zijn.
    Dat wij geijkt blijven op het Licht.
  3. Als een licht ga Jij voor ons uit.
    Wij bidden U: blijf elk van ons vergezellen
    doorheen de dagen van ons leven
    naar een mooie toekomst voor allen.

ACCCLAMATIE   566 “BLIJF NIET STAREN”

 

ZENDING :   LIED: KLANKRESTEN

Hiervoor zongen we “Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil bij het verleden”. Maar terzelfdertijd moeten we ook beseffen dat wij leven in een onvoltooid verhaal. Wat begon op die eerste scheppingsdag met het goddelijk bevel “licht!”, kreeg Gods geboden in ‘steenlettergrepen’ gevat en trok tijdens de Exodus ‘sporen in het woestijnzand’. ‘Lichtwoorden’ zijn het, die nog steeds ons leven richten in het verbond met God-ik-zal-er zijn, Hij die blijvend ‘allerzielen hoeder’ is.

MEDEDELINGEN

 

SLOTGEBED

Heer, onze God
Gij geeft uw licht, uw woord aan wie maar wil.
Gij geeft uw rijk van vrede aan gewone mensen.
Gij zijt voor ons genadig.
Stuur ons niet weg van hier
met lege handen maar maak ons vol
van Jezus, uw woord van trouw,
uw levend licht
voor deze wereld en voor alle tijden.

            H. Oosterhuis (Bid om Vrede)

 

ZEGENING (Uit Numeri)

 

SLOTLIED  519 DE STEPPE ZAL BLOEIEN (strofen 1 & 3)

Dit is het lied van de opstanding, waartoe wij worden geroepen door het Licht van de morgen. Het verjaagt de duisternis in ons menselijk leven en opent de hemel en de aarde, zodat wij kunnen lachen en juichen en eindelijk voluit leven.

Contactinformatie

©2005-2023 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.