Berichtenbord

231101

Allerheiligen (2023) – De gedroomde stad

 

Marcel Braekers

Openingszang 410 de heiligen ons voorgegaan

Begroeting

Rilke noemde de dood ‘de afgewende, door ons niet belichte kant van ons leven’ maar dit deel vormt samen met onze belichte zijde één onlosmakelijk geheel. Deze woorden hebben voor mij dit jaar een bijzondere betekenis. Allereerst omdat het enkele jaren is geleden dat ik samen met jullie dit feest in deze ruimte heb gevierd. De woorden zijn ook bijzonder omdat we in de voorbije tijd en ook vandaag worden geconfronteerd met vreselijke beelden van geweld en dood. Meer dan ooit lijkt een mensenleven een niemendalletje, een stipje in een zee van geweld en vernieling. Hoe moeten mensen die als ratten in de val geen uitweg ziende die dood beleven? 

Ik weet niet hoe u deze tijd beleeft, maar ik heb het gevoel dat ik gek zou worden mocht ik op dit ogenblik niet kunnen geloven. Is het een echte troost of een doekje tegen het bloeden als ik geloof dat ook al die levens vol geweld en angst niet tevergeefs zijn geboren. Dat zij hoe en waar, ik weet het niet, geborgen zijn in Gods hand, of het nu gaat om Jahwe, Allah of God. Ik sluit de laatste tijd regelmatig de dag biddend af met de zang ‘In paradisum deducant te angeli’: ik hoop dat zovelen, jong of oud, sommigen gedragen door een mooi en zinvol leven of anderen nauwelijks wetend wat het leven betekent, door de engelen in het paradijs worden binnengeleid. Voor hen en voor zovelen zingen wij ‘wat ik gewild heb’.

Lied 412 Wat ik gewild heb

 

Gebed

Die mij droeg op adelaarsvleugelen

Die mij hebt geworpen in de ruimte

En als ik krijsend viel mij opgevangen hebt

En weer opgegooid tot ik vliegen kon –

Gij eerste en laatste

Die wij in eerbied noemen: onze God.

Blijf ons opvangen ook in ons laatste uur

Geef aan allen die hoopten op U 

Een laatste thuis in uw heilige Stilte.

Wees vooral milde goedheid voor wie naamloos en klein

Ongeborgen en vergeten vallen in niets.

Gij die een weg van leven hebt getoond

In Jezus, uw geliefde Zoon.

 

Eerste lezing: Boek van de openbaring 7, 2 – 14

Tussenzang 365 Licht dat ons aanstoot in de morgen - Lied aan het licht

Evangelie Mattheüs 5, 1 – 12

Homilie 

In de 13e eeuw leefde in Henegouwen een bijzondere begijn: de mystica Marguerete Porete die tot de brandstapel werd veroordeeld omwille van haar boek ‘Le miroir des âmes simples et anéanties’. Pas de laatste decennia kreeg men opnieuw aandacht voor haar vooral omdat zij inspirerend was voor de Rijnlandse mystiek. Was het omdat men moeilijk kon verdragen dat een vrouw over theologie schreef? Of omdat haar mystiek zo’n complexloze vrijheid ademt dat men vanuit kerkelijke overheid haar tot de brandstapel veroordeelde? In haar boek beschrijft ze hoe de kracht van de liefde alle tegenstellingen doorbreekt, belangrijker is dan de sacramentele beleving, belangrijker dan armoede of rijkdom, belangrijker dan leven of dood, belangrijker zelfs dan het besef door God te zijn aanvaard. Het enige wat ons rest in onze wereld van denken, van plannen maken en van verbeelden is de liefde die als een onstuitbare kracht alles overstijgt. Ze is in alles aanwezig maar ontsnapt aan elk begrijpen of verwoorden. Ze overstijgt en ontwapent alles in haar deconstructieve kracht. De mens moet zichzelf opofferen (s’anéantir), zijn Ik vernietigen, opdat die verbondenheid tot stand zou komen en alles kan doordrenken. Tegenover de overlevingsdrang, het verlangen tot zelfontplooiing, de strijd om te beheersen en te overheersen staat deze kwetsbare, ongrijpbare kracht, aldus Porete. Tegen alle beterweten, tegen de wanhoop omdat we slechts een korte tijd op aarde zijn, tegen het verdriet om wie wij uit handen moeten geven staat dit kwetsbaar zwakke geloof in de liefde. Want “God is liefde”, schreef Johannes, het is zijn enige identiteit, zoals dat ook voor ons geldt, indien we in Hem willen leven. L’amour voit l’invisible schreef Simone Weil. Ze ziet met respect het waardeloze en betekenisloze van deze wereld zoals ook Jezus ooit zag.

Vandaag op het feest van alle heiligen moet ik aan deze krachtige visie denken. Waarom eren we onze voorouders, waarom staan we stil bij allen die in stilte of naamloos verdwenen, hoe zien we ons eigen leven in zijn korte doorgang? Ik denk dat een positief antwoord alleen mogelijk is wanneer we kijken vanuit die ongrijpbare kracht waarover Porete spreekt. Alle vragen over leven, dood en verrijzenis hebben slechts zin als men ze plaatst tegen de achtergrond van dit geloof. 

Het brengt me terug bij de lezing uit het boek van de Openbaring. Voor Johannes (laat ik hem zomaar noemen) draait alles rond die zee van liefde: hij ziet een menigte die niemand tellen kan. Midden in een wereld van geweld en vernietiging staat die eindeloze stoet van getekenden die zich keren naar het Licht. Het gaat hem om het Licht dat meer en anders is dan de zon of de maan, de wijnstok waarop allen als ranken zijn geënt, de stem van de Herder die iedereen roept en voor ons uittrekt. Johannes leefde net zoals Porete vanuit de overtuiging dat heel de werkelijkheid gedragen wordt door een kracht die alle tegenstellingen overstijgt en ze verbindt zonder die band te willen opdringen.

Johannes en in zijn spoor heel het christendom belijdt dat er een God is die leven en dood samenhoudt, die de kwetsbaarheid en het verdriet niet uit de weg gaat, maar aanwezig is als de Ontwijkende, aanwezig terwijl Hij plaats maakt voor de autonomie van ieder van ons. In Hem zijn de doden geborgen, en in Hem kan alle leven een grond vinden. Een Grond die tegelijk Afgrond is en wijst naar de afwezigen en de dood. Vandaag op dit feest van Allerheiligen vieren wij dat die God alles draagt en geborgen houdt in zijn hand. ‘of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe’. 

Voorbeden 415 Laat niet verloren gaan

 

Groot dankgebed  167 gij zijt het

 

Na de communie 417 Tegen de dood

 

 

Het land van ooit

 

Slechts uit de verte zagen zij,

Die ons zijn voorgegaan.

Op hoop van zegen gingen zij,

Droegen zichzelf als stenen aan

Voor de beloofde stad, waarvan

De fundamenten lang

Al in Gods eigen dromen staan.

 

Zij hebben naar het land gezocht

Waar vrede daglicht is.

Hun leven was een blijvend nee

Tegen de nacht van duisternis,

Tegen de angst die mensen knecht.

Hun wortels nooit gehecht

In wat alom voorhanden is.

 

Als vreemdelingen gaandeweg

Vervolgen wij hun spoor.

Zij zijn gestorven met de droom.

Wij zoeken nog, geven gehoor

De Stem, die hen geroepen had

Naar de gedroomde stad,

Want nog gaat God ons daarheen voor.     S. de Vries

Contactinformatie

©2005-2023 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.