Berichtenbord

230518

Hemelvaart (2023) Jezus, opgenomen in Gods heerlijkheid 

 

Marcel Braekers

Openingszang 368 Al heeft Hij ons verlaten

Begroeting 

Vandaag viert de Kerk het feest van de ten hemelopneming van Jezus. Ik verkies dit woord boven ‘hemelvaart’ omdat het gaat om een gebaar van de ene God die Jezus na zijn dood opneemt in zijn of hun liefde. Vele eeuwen was het een hoogfeest met processie en vanaf Rerum novarum met optochten van de christelijke arbeiders. Vandaag is het een welgekomen verlofdag en trekt men naar zee of naar het bos. Het feest verloor niet alleen zijn glans door de secularisatie, maar het beeld van ‘een hemelvaart’ is niet eenvoudig, en ik vond het dus uitdagend om daar dieper op in te gaan.

Het verhaal over de tenhemelopneming van Jezus is een mythisch verhaal en wil ook als zodanig worden begrepen. We moeten het niet ‘ontmythologiseren’ door een gemakkelijke hedendaagse uitleg, maar het erkennen in zijn mythische kracht. Het is geen objectief journalistiek verslag maar ontsnapt even goed aan rationele pogingen tot grijpen. Wat bezielde Lucas dan toen hij dit belangrijk gebeuren in deze verteltrant goot? En waarom vond hij het nodig dit verhaal twee keer te vertellen, zij het in wat gewijzigde vorm? We weten dat Pasen, Hemelvaart en Pinksteren één groot feest vormen waarin zowel de bestemming van Jezus als onze eigen toekomst worden gevierd. Waarom dan die opsplitsing in drie feesten. Is het misschien niet zo eenvoudig om te verhelderen wat bedoeld wordt met die bestemming?

 

Lofzang tot Drie-eenheid 537 - Zingt van de Vader

 

Gebed 

Jij Onnoembare alles overstijgende Nabijheid
Tot wie wij onze handen heffen, voor wie wij ter aarde buigen: 
wees hier aanwezig.
In mensen ons nabij
In deze gemeenschap
In alles om ons heen
En in de diepte van ons hart verankerd.
Behoed ons, opdat wij nooit verstarren
En krampachtig vasthouden aan wat ons ontglipt,
Maar dat wij durven in de stroom van het leven te staan,
En in het vinden, verliezen en weer ontdekken van uw nabijheid
Komen bij onze eigenlijke grond
Uw levensgrond waaruit we voortkwamen en ooit mogen terugkeren.

 

Lezing uit de handelingen der apostelen 1, 1 – 11

Lied 130 Alleluia (Taizé)

 

Homilie

Mythische vertellingen zijn heel bijzonder. Ik volg graag de redenering van C.G. Jung die aantoonde dat deze verteltrend altijd opduikt als mensen onder sterke spanning komen staan. Men voelt zich gegrepen door een diepe emotie of een inzicht waarvoor geen taal bestaat. In zulke momenten worden mensen overrompeld door een betekenisgave waar men nooit greep op krijgt. Zo’n mythe wil vanaf dan krachten mobiliseren en ze in een bepaalde richting stuwen. Dat is ook zo met dit verhaal van de hemelvaart. Spiritueel gezien is het een stil moment tussen twee krachtige gebeurtenissen, Pasen en Pinksteren. Maar inhoudelijk moest er een brug worden geslagen tussen de verrijzenis van Jezus en het ontvangen van de heilige Geest, tussen het leven van deze tsaddik dat eindigde in Gods liefde en hoe het verder ging met zijn volgelingen. Van de ene kant hangt rond dit feest verstilling, want de verhalen over verschijnen houden op. Een tijd van leegte is aangebroken met alle onzekere vragen over een mogelijke terugkeer erbij. Zo leefde de jonge kerk. Maar er is anderzijds ook een stuwende, opwaartse beweging. Zoals Elia in een vurige wagen naar de hemel voer, wordt Jezus opgenomen in een wolk. En terwijl Hij verdwijnt, zegent Hij zijn vrienden. Heb je ooit afscheid kunnen nemen van een geliefde die op het einde je bedankt voor het samenzijn of je zijn of haar zegen geeft? Het is van een onvoorstelbaar ontroerende kracht. Hebben de leerlingen zoiets beleefd?

Het verhaal roept niet alleen gemengde gevoelens op van afscheid en nabijheid, het wil ze ook verder in goede banen leiden. 


Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit uw midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.

 

Een nieuwe tijd en een nieuwe ervaring van het heilige staan voor de deur, zo suggereert het verhaal. God en het heilige wonen niet in de hoge en staan niet buiten de werkelijkheid. Ze zijn hier en nu aanwezig. 

Er was daarom een tussentijd nodig en een krachtig mythisch verhaal om te beseffen dat transcendentie en immanentie, heilig en profaan geen afzonderlijke werkelijkheden maar één ondeelbare eenheid vormen. Dat was zo’n belangrijke wending in het christendom dat een mythisch motief zich van de leerlingen meester maakte. Lees je de evangeliën erop na dan komt die idee van die ene, ondeelbare werkelijkheid altijd terug. 

“Alles kan heilig zijn. God woont niet exclusief in de tempel, maar in ieder mens en vooral in diegene die lijdt of wanhopig zoekt naar houvast. De sabbat is er voor de mens en niet omgekeerd. Niet de Thora is het zout der aarde, maar de arme” zo had Jezus gesproken. Hij had een andere kijk op de relatie God – wereld, heilig – profaan dan zijn volksgenoten. De evangelist Marcus drukte het met een krachtig beeld uit: toen Jezus stierf scheurde het voorhangsel van de tempel in twee. De afscheiding tussen het heilige der heilige en de rest was voorbij. Merkwaardig is dat dit inzicht altijd opnieuw moet verworven worden.

Deze andere visie heeft volgens mij enorme gevolgen. Ik noem er hier slechts enkele. Het betekent dat God en het goddelijke op de meest onverwachte momenten ons tegemoet kunnen treden: op straat, in de kerk, aan tafel, in het bos. Om God te vinden moeten we dus veel waakzamer zijn dan wanneer je altijd en zeker weet dat Hij daarboven is (Filosofen verwijten het christendom dat het verviel in een simplistische metafysica van aanwezigheid). Daarom roept Jezus in het evangelie zo dikwijls op tot waakzaamheid – opdat we in elke situatie alert zouden zijn of het niet gaat om een naderen van God. We zingen daarom op deze dag dat mooie lied: 

Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. 
Wat wij van Hem bezaten is altijd om ons heen.

Hoe anders wordt de werkelijkheid om ons heen als ook zij draagster kan zijn van goddelijkheid of plaats waar God zich openbaart, anders dan wanneer je van het religieuze een geïsoleerde realiteit maakt en de aardse werkelijkheid verarmt. Hemelvaart of tenhemelopneming was een krachtig en moeilijk moment, daarvan was Lucas zich goed bewust. Een krachtig, mythisch verhaalmotief maakt zich van hem meester over twee in het wit geklede mannen die meedelen dat Jezus definitief is verdwenen. Het is een belangrijk gebeuren waardoor voortaan de oriëntatie anders is zodat de leerlingen (en ook wij vandaag) zich gereed maken voor het ontvangen de heilige Geest.

Lied 317 die meegaat met mensen

 

Groot dankgebed 166

Na de communie 373

Afsluiting 

Ik las ooit een mooi gedicht dat wellicht in veel situaties kan gelezen worden, maar op dit feest een eigen betekenis krijgt.

 

Er was eindelijk licht,

De uitgesproken naam
Was naar het onuitspreekbare teruggekeerd

Het water was naar de bron teruggekeerd
En de bron was de naam van de bron ingegaan

Enkel
De leegte kwam
Iets naderbij.                            

 Yves Namur

De slotzin is fascinerend. Je kan lezen ‘dat de leegte wat meer nabij kwam’. Maar er kan ook staan ‘dat in de leegte iets nabij kwam’. Iets dat anders verborgen bleef.

Contactinformatie

©2005-2023 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.